Een nieuwe definitie van burn-out

Burn-out, het lijkt wel het modewoord van 2017. Wekelijks staat er een stuk in de kranten, wordt er over gepraat in het nieuws of zit er een gast in een praatprogramma die het komt toelichten. Iedereen heeft precies een mening te delen over het fenomeen, maar weinigen weten wat het exact omvat.
De gebruikte definitie van burn-out is ondertussen al 35 jaar oud. Maar de kennis en ervaring met deze werkgerelateerde ziekte is echter sterk geëvolueerd.

Daarom hebben onderzoekers van de KU Leuven een  nieuwe tool ontwikkeld om burn-out te diagnosteren en te definiëren. Ik vat hier kort hun bevindingen samen.

Welzijn op het werk en burn-out

De welzijnswet van 4 augustus 1996 vormde een eerste belangrijke aanzet voor welzijn op het werk. Werkgevers werden toen verplicht om een oplijsting te maken van de risico’s waaraan hun werknemers werden blootgesteld. Inzonderheid geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. De nadruk lag toen op het creëren van een veilige en gezonde werkomgeving in het algemeen.
In het koninklijk besluit van 10 april 2014 werd deze welzijnswet uitgebreid. Voortaan is er sprake van “psychosociale risico’s op het werk”. In de wetgeving werd een definitie van dit begrip opgenomen. De wettelijke bepalingen hebben betrekking op de preventie van het geheel van de psychosociale risico’s en zijn niet langer enkel gericht op de preventie van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. In het kader van het preventiebeleid van de onderneming dient rekening gehouden te worden met de psychosociale risico’s, zoals dit ook geldt voor alle andere risico’s die de gezondheid en de veiligheid van de werknemers kunnen aantasten. Hier komt burn-out ook voor het eerst ter sprake.

Gegeven deze verplichting is het belangrijk dat werkgevers zich bewust zijn van het risico op burn-out in hun organisatie zodat gepaste maatregelen kunnen worden genomen. Niet alleen ter preventie van burn-out, maar ook voor de reïntegratie van de werknemer na burn-out.

Om dit risico correct in te schatten is een gevalideerde en betrouwbare tool nodig. Zoals gezegd is de courant gebruikte vragenlijst reeds 35 jaar oud. De MBI (Maslach Burn-out Inventory) is ontwikkeld als onderzoeksinstrument en is bijgevolg niet geschikt om een diagnose te stellen, geeft geen betrouwbare  informatie over de prevalentie (aantal gevallen per duizend of per honderdduizend op een specifiek moment in de bevolking) van burn-out, en misschien nog wel het belangrijkste, werkgevers kunnen met de MBI niet goed inschatten hoe hoog het risico op burn-out is in hun bedrijf hoewel het nu een wettelijke verplichting is.

Steffie Desart doctoreert daarom op deze materie en heeft een nieuwe tool ontwikkeld. Ze focust zich op 3 criteria:

  1. Preventief screenen (in bijvoorbeeld organisaties)
  2. Correct diganosticeren (zodat eerstelijns hulpverleners op een juiste manier de diagose kunnen stellen en kunnen doorverwijzen)
  3. Opvolging van patiënten (voor behandeling en reïntegratie)

De eerste fase van het tweejarig onderzoeksproject is reeds voltooid en was tweeledig. Enerzijds werden diverse diepte-interviews afgenomen met praktijkexperten in België en Nederland. Het doel was om inzicht te krijgen in hoe burn-out ervaren en vastgesteld wordt door experten. Het eindresultaat was een uitvoerige lijst met symptomen en  oorzaken, alsook inzichten in de werkgerelateerde aard van burn-out.
Anderzijds werd een uitvoerige literatuurstudie uitgevoerd over vragenlijsten die burn-out meten. Elke vragenlijst werd toegewezen aan één van vier groepen, volgens frequentie van gebruik en psychometrische kwaliteiten. In totaal werden 13 vragenlijsten uitvoerig geanalyseerd.
Het resultaat van deze eerste fase was een voorlopig conceptueel model en een nieuwe definitie van burn-out.

Burn-out is een werkgerelateerde aandoening die voorkomt bij werknemers die gedurende een langere periode productief en zonder problemen hebben gewerkt tot de tevredenheid van zichzelf en anderen.
Extreme vermoeidheid, controleverlies over emotionele en cognitieve processen en mentaal afstand nemen kunnen gezien worden als de kernelementen van het syndroom. Het mentaal distantiëren kan gezien worden als een disfunctionele poging om verdere uitputting te voorkomen. Deze kernsymptomen worden vergezeld door secundaire symptomen, zoals een depressieve stemming, en gedragsmatige en psychosomatische spanningsklachten.
Burn-out wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een disbalans tussen hoge werkeisen en onvoldoende hulpbronnen.
Problemen in de privésfeer of persoonlijke kwetsbaarheden hebben hierbij een faciliterende rol. Uiteindelijk leidt burn-out tot gevoelens van incompetentie en slechtere prestaties op het werk.”

 

(Desart, Schaufeli, & De Witte, 2017)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.