BAT

1.Op het werk voel ik me geestelijk uitgeput.
2.Alles wat ik doe op mijn werk kost mij moeite.
3.Ik raak maar niet uitgerust nadat ik gewerkt heb.
4.Op het werk voel ik me lichamelijk uitgeput.
5.Als ik ‘s morgens opsta mis ik de energie om aan de werkdag te beginnen.
6.Ik wil wel actief zijn op het werk, maar het lukt mij niet.
7.Als ik me inspan op het werk, dan word ik snel moe.
8.Op het einde van de werkdag voel ik me mentaal uitgeput en leeg.
9.Op mijn werk heb ik het gevoel geen controle te hebben over mijn emoties.
10.Ik herken mezelf niet in de wijze waarop ik emotioneel reageer op mijn werk.
11.Tijdens mijn werk raak ik snel geïrriteerd als de dingen niet lopen zoals ik dat wil.
12.Ik word kwaad of verdrietig op mijn werk zonder goed te weten waarom.
13.Op mijn werk kan ik onbedoeld te sterk emotioneel reageren.
14.Op het werk kan ik er mijn aandacht moeilijk bijhouden.
15.Tijdens mijn werk heb ik moeite om helder na te denken.
16.Ik ben vergeetachtig en verstrooid tijdens mijn werk.
17.Als ik aan het werk ben, kan ik me moeilijk concentreren.
18.Ik maak fouten in mijn werk omdat ik er met mijn hoofd ‘niet goed bij ben’.
19.Ik kan geen belangstelling en enthousiasme opbrengen voor mijn werk.
20.Op het werk denk ik niet veel na en functioneer ik op automatische piloot.
21.Ik voel een sterke weerzin tegen mijn werk.
22.Mijn werk laat mij onverschillig.
23.Ik ben cynisch over wat mijn werk voor anderen betekent.

error: Content is protected !!